Deathwatch: Overkill

“SUFFER NOT THE ALIEN TO LIVE” is de aansprekende ondertitel van deze nieuwste game van Games Workshop. Vooral bekend om zijn macho thema’s en fantastische miniatures blijft het altijd weer de vraag: hoe zit het met de gameplay? Hier lees je onze indrukken over deze nieuwste Games Workshop titel.

deathwatch_cover

Deathwatch: Overkill
Games Workshop, Ltd.
2016
2 spelers
Games Workshop, Ltd.
30-60 minuten
miniatures, minis, custom dice, dice combat, dice, kill, combat, warhammer, 40k
Engelstalig
Gematigde mate van taalafhankelijkheid

Doel
In Deathwatch: Overkill (D:O) is er iets geks aan de hand op de mijn-planeet Ghosar Quintus. Contact met de populatie van deze mijn-planeet is veranderd en de Space Marine Inquisitor die het moest onderzoeken is van zijn eerder rotsvaste geloof in de Emperor gevallen. Reden genoeg voor de Space Marines om een kill team samen te stellen uit de beste leden van alle Space Marine chapters en ‘ns even met dit zaakje af te rekenen. In D:O nemen de spelers controle over de twee facties in dit conflict. Eén speler speelt het Space Marine kill team, de andere speler speelt de buitenaardse Genestealer cult die de mijn-planeet heeft overgenomen. D:O is een scenario gedreven spel, waarbij elk scenario eigen doelen en variaties op de regels kent. Wel is het voor de meeste missies de menselijke speler die acties en doelen moet bereiken, terwijl de eindeloze horde van de Genestealer speler meestal moeten proberen een aantal Space Marines te doden.

Setup
Net zoals elke game van Games Workshop moeten de modellen van Deathwatch: Overkill eerst van hun sprues geknipt worden en vervolgens aan elkaar geplakt worden. Dit kost je zeker een paar uurtjes knutselwerk. Heb je dat eenmaal gedaan is de setup van alle vervolg scenario’s behoorlijk eenvoudig.

Setup is uiteraard afhankelijk van het scenario dat je gaat spelen. Standaard leg je een aantal tegels klaar. Deze tegels zijn onderverdeeld in vakken, waarbij voor het scenario wordt aangegeven waar, hoeveel en soms zelfs welke Space Marines de Space Marine speler mag inzetten. De Genestealer speler begint met het prepareren en schudden van zijn “Gambit” deck, wat bepaalt welke Genestealers en Gambits (eigenlijk gewoon events) deze speler kan inzetten. Afhankelijk van het scenario moeten er wel eerst bepaalde kaarten uit dit deck verwijderd worden, zo komt het gave Patriarch model pas in latere missies op tafel. De Genestealer speler begint in elk geval elk scenario zonder modellen op het bord.

Ronde-overzicht
Rondes in D:O zijn vrij eenvoudig en gestructureerd. Het ronde patroon herhaalt zich tot één van de einddoelen van het scenario door één van de spelers is behaald.

  1. Broodmind fase.
    In deze fase pakt de Genestealer speler afhankelijk van het scenario een aantal handkaarten. Elk van deze kaarten bestaat uit een Ambush en een Gambit deel. Afhankelijk van het scenario moet de Genestealer speler een aantal van zijn of haar handkaarten gebruiken om nieuwe Genestealers mee op het bord te plaatsen. Tijdens de Broodmind fase ‘programmeert’ de Genestealer zijn of haar nieuwe Genestealer spawns voor de komende ronde. Op elk spawn punt (de weggetjes die van het bord af leiden) kan maximaal één nieuwe spawn kaart komen te liggen. Deze kaarten worden face-down geplaatst, waardoor D:O een klein bluf element kent. Je weet immers dat de Genestealer monsters spawned, maar je weet nog niet welke.

    do003

    Twee voorbeeld Gambit kaarten. Deze kaarten bestaan uit twee delen. Het bovenste deel is de Ambush-deel, waarmee de Genestealer speler nieuwe Genestealers op het bord kan plaatsen. Het onderste deel is de Gambit kaart, event-kaarten die op een bepaald moment tijdens het spel gespeeld kunnen worden.

    De Gambit kaarten zijn speciale events die je afhankelijk van wat er op het kaartje staat op een bepaald moment kan spelen. Dit zijn traps en trucks die de Genestealer kan inzetten om de Marines flink te grazen te nemen.

  2. Deathwatch Commander Movement fase.
    Movement werkt heel makkelijk in D:O. Elk model heeft een bepaalde speed, dit is het aantal zones (vakjes) dat het model mag lopen. Elke tegel bestaat uit redelijk duidelijke ‘zones’, maar die zijn niet allemaal even groot, of even goed duidelijk. Een beetje gek aan movement is dat je met precies zoveel modellen in een vakje mag staan als er in passen. Alle models hebben ronde bases, dus soms moet je flink passen, meten, duwen, herschikken om te kijken of je model erin past. Hierbij mag je tijdens je eigen movement fase enkel je eigen modellen verplaatsen, dus niet die van je tegenpartij. Daarnaast mag je jouw model altijd in een vakje bewegen (mits er plaats is), maar je mag je model niet meer weghalen als je eenmaal tussen de vijanden staat. Je kan op deze manier dus ook marines “vast-pinnen” door een figuur in het vakje te plaatsen.

    do004

    Een tegel met zones. Elk groen vak op deze tegel is een zone, met een stuk kapotte weg ertussen. De marine speler moet hier met zijn miniatuur overheen springen.

    Alle modellen kunnen tijdens hun movement springen. Om te springen naar een nieuwe zone, moet tenminste een stukje van de zone binnen Assault range zijn (te meten met de range ruler). Als ten minste één stuk van de zone in Assault range is kan je erin springen, mits het model natuurlijk in de zone past. Na de jump rol je een 6-zijdige dobbelsteen. Rol je hier een 1, dan raakt je figuur wounded. In elk geval kan je na een sprong niet meer verder bewegen.

  3. Genestealer Cultist Movement fase.
    Movement voor de Genestealers werkt hetzelfde als movement voor de Deathwatch zoals hierboven uitgelegd.

    do005

    Een genestealer kaart ligt klaar om gespawned te worden.

    Na afloop van de Movement van de Genestealers mag de Genestealer speler zijn of haar eerder gespeelde Ambush kaarten omdraaien en gebruiken om te spawnen. Spawnen werkt volgens dezelfde principes als movement, de gespawnde figuren moeten erin passen (en voorradig zijn). Anders plaats je zoveel als je kan/wilt. De Genestealer speler mág er per beurt voor kiezen om 1 Ambush kaart te laten ‘lurken’, dat wil zeggen niet om te draaien.

  4. Deathwatch Commander Attack fase I.
    Attacks werken net als movement erg eenvoudig in D:O. Elk model mag in per Attack-fase één keer aanvallen. Dit is wel echt de ‘meat’ van de game, want veel meer dan eindeloze combat is er niet in het 40K Warhammer universum. Elk Deathwatch model (en de belangrijkste Genestealer modellen) heeft een overzichtskaart met de wapens, attack ranges, en dobbelstenen die ze voor hun attack rollen. Om te kijken of je een model mag aanvallen (en zo ja, met welke range) kan je met de range ruler meten op welke range het model staat dat je wilt aanvallen. Op de overzichtskaarten staat bij welke Range je model, welke aanval precies kan uitvoeren. Daaronder staat een lijst met zwarte ‘die-faces’ (dobbelsteen-zijden), die horen bij de aanval.

    do001

    Twee marine overzichtskaarten (idee is hetzelfde voor de krachtigste Genestealers). Elke unit heeft een speciale ability, een rij met wapen-statistieken en op welke ranges je deze kan inzetten. De zwarte blokjes in de aanvalsrijen symboliseren het aantal dobbelstenen dat je rolt, het witte cijfer erin hoeveel je moet rollen voor een hit. Rechts op de kaart staat de speed (aantal zones) waarmee het model over het bord beweegt en eronder de armor waarde. Als verdediger rol je per hit een dobbelsteen, en elke waarde die 3 of hoger is (linker marine) wordt door armor opgevangen. Rol je in zijn geval een 2, dan is je marine wounded (zie marine rechts).

    Deze symboliseren het aantal dobbelstenen dat je rolt voor een aanval en hoeveel je moet rollen voor een hit.Op de zwakste Genestealer modellen na heeft elk figuur armor. Elke gegooide hit op zo’n model kan door de verdedigende partij worden afgevangen door een armor save te rollen. Dit is een bepaalde waarde die je met een 6-zijdige dobbelsteen moet rollen, zoals staat aangegeven op de overzichtskaarten. Rol je die waarde, dan is de hit opgevangen en ontvangt het verdedigende model geen schade. Elke aanval kan ook nog een van de volgende keywords bevatten:

    1. Blast. Blast is een area aanval, waarbij je meet of de Area met de modellen die je wilt beschieten in Range is. Is dat het geval dan schiet je als het ware op de zone en raak je alle modellen die erin staan. Deze aanval wordt los gerold voor elk model in de zone (inclusief vriendelijke modellen).
    2. Rend. Hits die met deze aanval zijn gerold mogen worden toegewezen aan meerdere modellen, zodra het eerste model waar hits aan toe zijn gewezen is gedood. Blijft er nadat een model is overleden na aanval met Rend dus nog wat hits over, kunnen deze aan een ander model worden toegewezen. Als het ware sla je dus ‘door’ meerdere vijanden heen. In de meeste role-playing games heet dit cleave.
    3. Cleave. Wapens met Cleave negeren armor-saves van de verdedigende partij. Elk model in D:O heeft 1 hitpoint, tenzij ze ook een overzichtskaart hebben. In dat geval heeft het model twee hitpoints (waarbij één zijde van de overzichtskaart de “wounded” en de andere zijde de “unwounded” zijde is). Met cleave wordt in D:O dan ook iets heel anders bedoeld dan in de meeste role-playing games.

      De range ruler.

      De range ruler.

  5. Genestealer Cultist Attack fase. Zie 4.
  6. Deathwatch Commander Attack fase II. Zie 4.

Conclusie
Deathwatch: Overkill vind ik een lastig spel om te beoordelen, omdat de game aan de ene kant erg duur (140 euro), maar aan de andere kant zo eenvoudig is dat het voor een dergelijk spel moeilijk is om de hoge aanschafprijs te rechtvaardigen. Effectief ben je in D:O niet veel meer aan het doen dan met bergen miniatures lopen en schieten. Ad infinitum. Laat ik voorop stellen, Deathwatch: Overkill doet zijn naam dus wel eer aan! Je bent echt continu aan het knallen. Ik hink dan ook op twee gedachten. Aan de ene kant heb ik wel lol gehad met Deathwatch: Overkill. Het probleem is voor mij vooral dat ik me nergens van het gevoel kon ontdoen dat de game eigenlijk te simplistisch en misschien soms een tikje repetitief en saai is. De doelen in de scenario’s zijn relatief straight-forward en tactische keuzes maak je enkel af en toe. Het merendeel van de game ben je aan het meten, kijken welk model je wilt aanvallen, dobbelstenen aan het rollen om te kijken of je hit, en armor saves om te kijken of die hits daadwerkelijk door het armor heen komen. En dan moet ik eerlijk zeggen, verwacht ik van zo’n dure game gewoonweg diepere gameplay. Een andere titel van Games Workshop —Betrayal at Calth (review)— had dezelfde aanschafprijs maar beschikte over veel diepere en interessantere gameplay. Voor mij was dat dan ook duidelijk de beste Games Workshop board game in jaren.

Gelukkig zijn de componenten zoals we van Games Workshop gewend zijn wederom perfect. Ja, de mini’s moeten geplakt maar de details in de mini’s zijn gewoon heel erg goed. Het harde plastic zorgt wel ervoor dat ze snel beschadigen, maar dat is een offer dat nu kennelijk eenmaal bij Games Workshop titels hoort. Fantastische mini’s, flink wat priegelwerk om de boel aan elkaar te plakken maar vervolgens prachtige (maar kwetsbare) miniatures. Ik kan er elke keer weer van genieten de boel aan elkaar te plakken, maar weet waar je aan begint. Als extra bonus kan je de miniaturen volgens mij gewoon gebruiken in Warhammer 40K. Immers komen ze online met overzichtskaarten en punt waardes.

Ondanks de goede productie heeft Deathwatch: Overkill me niet helemaal kunnen overtuigen. De mooie mini’s verhullen wat dat betreft een vrij standaard spel dat diepgang mist. Ik hoop dat een volgende Games Workshop board game me meer kan bekoren. Voor nu is mijn advies dan ook voor mensen die Deathwatch: Overkill overwegen vanuit board game perspectief: koop Horus Heresy: Betrayal at Calth (review). Een veel betere game.

Met dank aan Games Workshop voor het beschikbaar stellen van een review exemplaar. Uiteraard heeft dit geen invloed op onze mening.

Games-Workshop-Logo

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.